Follow Me

Close

Een paar weken geleden bakte ik al een bug’s brownie met echte meelwormen. Ik geloof namelijk dat insecten eten de toekomst is. Eigenlijk klinkt dat heel gek, aangezien ze in het grootste deel van de wereld al eeuwen insecten eten. Maar wij moeten er nog even aan wennen. Ik help je een beetje op weg door te koken met beestjes. Vandaag een paella met sprinkhanen van Kreca Ento-Food. Want echt, dat is zo gek nog niet!

Garnalen vs sprinkhanen

Sprinkhanen zijn een waar culinair feestje in grote delen van Afrika. Dat vinden wij misschien een beetje vreemd, maar heb je er wel eens bij stilgestaan dat sprinkhanen en Hollandse garnalen best veel op elkaar lijken? Het zijn allebei kleine beestjes met sprieten, pootjes, grote ogen en een knapperige huid. Je kunt ze allebei eten en ze zitten ook nog eens boordevol proteïne. De grijze zee-insecten eten wij maar al te graag, maar sprinkhanen… Daar moeten we nog aan wennen. Als we de vooroordelen over het eten van sprinkhanen achter ons laten zouden die springerige beestjes wel eens de nieuwe garnalen kunnen worden. En dat wordt hoog tijd!

Volgens de viswijzer zijn de Hollandse, ofwel grijze garnalen niet bepaald een duurzame keuze. Het beheer van de garnalenvangst in Nederland is niet op orde en er is aanzienlijk veel bijvangst. Maar ook de garnalenvangst in het buitenland zorgt voor veel milieuschade en schending van mensenrechten. Voor de garnalenkweek in Zuid-Amerika worden mangrovebossen gekapt en verdwijnen plant- en dierensoorten. Grond- en viswater worden afgesloten voor lokale bewoners en na uitputting vervuild met chemicaliën en antibiotica achtergelaten. En dat is nog maar een kleine greep uit de lange lijst aan ellende die veroorzaakt wordt in de garnalenindustrie. (Meer weten? Hier vind je het rapport van Milieudefensie en Novib over de garnalenvangst.) Voor mij genoeg reden om die heerlijke zeedieren links te laten liggen.
 
Sprinkhaan eten

Duurzame sprinkhanen

In gesprek met vleeseters hoor ik vaak als argument dat geen vlees eten niet kan omdat we nou eenmaal proteïne nodig hebben. En laat sprinkhanen nou net boordevol proteïnen zitten. De duurzame kweek is een ander groot voordeel van de langpotige beestjes. Voor een kilo rundvlees zijn meer dan tien kilo voedsel en 15.000 liter water. Voor een kilo sprinkhanen is amper twee kilo voer nodig en helemaal geen water nodig. Dat er minder landoppervlakte nodig is hoef ik niet uit leggen. Sprinkhanen zijn dus een gezond en duurzaam alternatief. Nu maar hopen dat ze ook lekker zijn.
 
Sprinkhanen eten

Paella met sprinkhanen

De grootste uitdaging van insecten eten is het bereiden ervan. Wij zijn er niet mee opgegroeid, dus ik heb nooit geleerd hoe je een sprinkhaan lekker serveert. Omdat de beestjes zoveel op garnalen lijken besluit ik ze te verwerken in een Spaanse paella. En net als met garnalen bak ik ze in hete olie met knoflook.

Het recept voor de paella komt rechtstreeks uit mijn kookboek ‘Lekker koken met restjes‘ en is genoeg voor vier personen.

Dit heb je nodig:
3 el olijfolie
1 ui of prei, gesneden
4 knoflookteentjes, geperst
1 tl gerookte paprikapoeder
300 gr rijst
peper & zout
4 tomaten in stukjes
900 ml groentebouillon
1 paprika, gesneden
handje diepvries doperwten
+/- 100 gr sperziebonen of andere stevige groenten
handje peterselie
+/- 16 sprinkhanen

Optioneel:
Op de markt vond ik veganistische chorizo van het merk Vegin. Yes, dacht ik! In een echte paella zit tenslotte ook Spaanse worst. Ik heb de helft van de worst gebruikt voor dit recept.
 
Sprinkhaan eten

Zo maak je het:
Verhit 2 el olie in een grote wok en fruit de ui of prei. Voeg na een paar minuten 2/3 van de knoflook en alle gerookte paprikapoeder toe en bak ongeveer 3 minuten op medium vuur.
Voeg de ongekookte rijst en een beetje peper en zout toe en roer alles goed door elkaar.
Tot slot doe je de tomaten en bouillon erbij. Roer alles nog eens goed door en laat het geheel op zacht vuur in ongeveer 15 minuten gaar pruttelen.

Verwijder intussen de vleugels en pootjes van de sprinkhanen. Dat gaat heel gemakkelijk door ze los te trekken. Verhit de olie in een aparte koekenpan en bak de sprinkhanen en eventueel de chorizo op hoog vuur knapperig. Voeg na een paar minuten de overgebleven knoflook toe.

Terug naar de rijst. Voeg de laatste paar minuten voor de rijst gaar is de parika, boontjes en doperwten toe. Zo worden ze wel gaar, maar houden ze hun stevige bite.

Strooi de sprinkhanen, eventueel chorizo en peterselie over de paella. Lekker met citroenpartjes.
 
Sprinkhaan paella

Een kwestie van wennen

Ik kan me de eerste keer dat ik Hollandse garnalen proefde nog goed herinneren. Ik was een jaar of 8. Het was oudejaarsdag en we waren op bezoek bij mijn grootouders. Mijn oma maakte altijd een prachtige schaal met bieten-haringsalade en Hollandse garnalen. Ik moest er eentje proeven, maar ik durfde niet. Ik keek naar het beestje en zag de pootjes, de ogen en dacht zelfs dat ik het diertje zag bewegen. Ik krijg weer rillingen op mijn rug als ik eraan denk. Met mijn ogen dicht deed ik het kleine garnaaltje in mijn mond. Mijn moeder en grootouders keken mij verwachtingsvol aan. Ik durfde niet te kauwen, maar uitspugen kon ook niet. Ik verstopte het diertje in mijn wang en deed net alsof ik kauwde en slikte. Tien minuten lang zat ik doodstil aan tafel. Ik zou zweren dat ik de garnaal voelde bewegen in mijn mond. Ik had lang genoeg gewacht om niet meer op te vallen en rende naar de wc. Het heeft nog jaren geduurd voordat ik het nog eens probeerde. Maar toen ben ik ze gaan waarderen en heb jarenlang genoten van onze Hollandse garnalen. Nu maar hopen dat het met krekels ook gewoon een kwestie van wennen is.

De paella was heerlijk. De sprinkhanen waren knapperig en goed van smaak. Ze nemen de smaak van olie en knoflook helemaal op. Het enige waar ik moeite mee had was de gedachte dat ik sprinkhanen at. Maar dat is dus een kwestie van wennen.
 
Sprinkhaan paella

Durf jij het aan? Winnen!

Wil jij ook wel eens de paella met sprinkhanen in plaats van garnalen proberen? Dat kan! Laat mijn weten waarom jij wilt koken met sprinkhanen en wie weet krijg jij binnenkort wel een zakje van Kreca Ento-Food (Proti-Farm) opgestuurd. Deel jouw motivatie onder dit bericht of onder de post op Facebook. De winnaar wordt volgende week bekendgemaakt.

De dag dat krokante krekels naast de paprikachips in de Albert Heijn liggen lijkt misschien ver weg. Maar niet als het aan de mensen achter Kreca Ento-Food ligt. Zij produceren al meer dan dertig jaar insecten en sinds 2007 ook voor mensen om op te eten. En dat is maar goed ook, want in het tempo waarop we nu vis en vlees eten hebben we in 2050 niks meer over om al die hongerige monden te voeden. Ik wil dat wel eens proberen en krijg vier soorten insecten thuisgestuurd: huiskrekels, buffalowormen, sprinkhanen en poeder van buffalowormen. Ik begin mijn avontuur voorzichtig met een ‘bug’s brownie’. Durf jij het aan? Lees dan snel verder, want je kunt nu zelf ook een pakketje winnen.
 
insecten brownie - All Day Every Daisy

Over insecten eten

Insecten eten is zo gek nog niet. Ruim twee miljard mensen wereldwijd eten al sprinkhanen, rupsen, mieren, spinnen en wormen. Dat hebben ze goed bekeken, want de kronkelende beestjes zitten boordevol voedingsstoffen: vitamine B12, eiwitten, ijzer en onverzadigde vetten. Een kilo insecten kweken is ook nog eens een stuk efficiënter en veel duurzamer dan een kilo rundvlees. Ze hebben amper voeding nodig, ze planten zich razendsnel voort en gebruiken minder water en ruimte. Bovendien worden er bij de productie veel minder broeikasgassen uitgestoten.

Je eet al insecten

Draait jouw maag al om bij de gedachte dat je een gefrituurde krekel eet? Dat is nergens voor nodig. Sterker nog, je eet waarschijnlijk al je hele leven insecten, zonder dat je het weet. Er worden namelijk heel wat van die beestjes bedoeld of onbedoeld verwerkt in ons dagelijks eten. Roze koeken, rode M&M’s en aardbeienyoghurt worden gekleurd met een stofje gemaakt van luizen. Bonbons en suikergoed worden glanzend gemaakt met een coating van boomluizen. Het is bovendien onmogelijk om te garanderen dat er tijdens de productie geen insecten in ons eten terechtkomen. De Amerikaanse Keuringsdienst van Waren troffen zo’n 30 soorten insectenrestanten in 100 gram pindakaas. Of wat dacht je van 60 insectenrestanten per 100 gram chocola. Proef je niks van, toch?
 
insecten brownie - All Day Every Daisy

Bug’s brownie

Nu is het aan mij om echt te gaan koken met de insecten die ik van Kreca Ento-Food heb gekregen. Ik wil mijn vriend Patrick niet meteen afschrikken met een broodje krekel, dus ik begin veilig met een brownie van buffalowormen. Oftewel een bug’s brownie.

Dit heb je nodig:

140 gram ongezouten boter
4 eieren
340 gram lichte basterdsuiker
75 gram cacaopoeder
140 gram bloem
handje walnoten en/of stukjes chocola
handje buffalowormen
snufje zout
 
insecten brownie - All Day Every Daisy

Zo maak je het:
Verwarm de oven voor op 175ºC Smelt de boter in een pannetje op laag vuur en laat het afkoelen terwijl je verder gaat met de bereiding.
Roer de eieren en het suiker met een pollepel goed door elkaar zonder het te kloppen. De mix mag niet te luchtig worden, anders krijg je een cake in plaats van een brownie. Roer vervolgens de afgekoelde boter door het mengsel.
Zeef de bloem, cacao en het snufje zout boven de kom en roer het voorzichtig door het mengsel.
Als alles goed gemengd is schep je er als laatste de noten en of stukjes chocola en de buffalowormen doorheen.
Giet het browniemengels in een bakvorm en strijk het oppervlakte glad. Bak de bug’s brownie in ongeveer 20 minuten gaar.

Om zeker te weten dat de brownie gaar is prik je met een satéprikker in het midden van de cake. Als die er schoon uitkomt is de brownie gaar. Zo niet, dan moet hij nog wat langer in de oven.
 
insecten brownie - All Day Every Daisy
 
Mijn oven functioneert niet zo goed: soms wordt hij heter dan de knop aangeeft. Daardoor is mijn brownie niet zo smeuïg als hij hoort te zijn. Let dus goed op dat je de brownie niet te lang of te heet bakt!

Durf jij het aan? Winnen!

Durf jij het aan om je vrienden een bug’s brownie te serveren? Dat is mooi, want je maakt nu kans op een zakje buffalowormen van Kreca Ento-Food BV (Proti-Farm). Deel dit blog met jouw vrienden op Facebook of Twitter en wie weet bak jij binnenkort ook zo’n heerlijke bug’s brownie. Op woensdag 26 april maak ik de winnaar bekend!

Wist je dat de gemiddelde Nederland € 150,- aan goed voedsel per jaar weggooit? Gek eigenlijk als je bedenkt dat we massaal verzekeringen met elkaar vergelijken, in de hoop dat we een paar tientjes kunnen besparen. Terwijl we eigenlijk veel makkelijker, veel méér kunnen besparen door gewoon minder eten te verspillen. Dat is niet alleen goed voor je portemonnee, maar ook nog eens beter voor het milieu. Vandaag deel ik 10 tips om geld te besparen door minder te verspillen.

De maand van het budget

De maand april staat bij het televisieprogramma Kassa in het teken van besparen. In de Maand van het Budget ga ik met een cameraploeg langs bij een gezin dat wel wat zuiniger wil leven. We gaan samen koken met restjes en ik deel tips om verspilling tegen te gaan. Heb je de uitzending gemist? Hier kun je het programma terugkijken. Wil doorspoelen naar mijn tips? Vanaf 37 minuten begint het item over besparen op je boodschappen.

1. Boodschappenlijstje

Maak voor je boodschappen gaat doen een lijstje met alles wat je nodig hebt. Kijk de kastjes en koelkast na om te voorkomen dat je dingen koopt die je nog in huis hebt. De grootste uitdaging van een boodschappenlijstje is om je er vervolgens ook echt aan te houden. Maak daar een uitdaging van, zodat het des te leuker is als het gelukt is.
 

2. Een volle maag

Zorg ervoor dat je een volle maag hebt als je boodschappen gaat doen. Onderzoek heeft aangetoond dat je meer koopt als je trek hebt. Het risico dat je spullen in huis haalt die je eigenlijk niet nodig hebt is daarom veel groter wanneer je honger hebt.

3. Aanbiedingen

Laat je niet teveel verleiden door aanbiedingen. De tweede zak spinazie voor de helft van de prijs krijgt is niet goedkoper wanneer je de helft moet weggooien. Bedenk je dat aanbiedingen bedoeld zijn om jou meer te laten kopen. Wees de supermarkt daarom te slim af en laat je niet gek maken door al die zogenaamde koopjes. Voor langer houdbare producten, zoals rijst of pasta, kan een aanbieding wel voordelig zijn. Bedenk daarom van te voren of je het product echt nodig hebt en op gaat maken.

4. Contant geld

Spreek met jezelf een boodschappenbudget af en pin dat contant. Laat vervolgens je pinpas thuis als je boodschappen doet. Zo word je gedwongen je aan je budget te houden. Je hebt tenslotte niet meer geld bij je.
 

5. Foto van je koelkast

Doe je vaak nog even snel boodschappen na het werk of studie op weg naar huis. Dan gebeurt het vast wel eens dat je thuiskomt met boodschappen die je al in huis had. Maak daarom ’s ochtend een foto van de inhoud van je koelkast. Als je dan ’s avonds in de supermarkt staat kun je precies zien wat je nog in de koelkast hebt liggen.

6. Zelf snijden

Voorgesneden groenten en fruit zijn heel makkelijk. Maar ze zijn ook een stuk duurder. In zo’n zakje pastagroenten zit meestal maar een halve paprika, een klein stukje prei en nog geen hele ui. Daar betaal je al snel een paar euro voor. Je betaalt namelijk ook voor het snijden. Als je al die groenten los koopt kost dat meer, maar per saldo ben je goedkoper uit. Je krijgt namelijk veel meer groenten voor je geld. Ja, dan moet je dus nog wel zelf even je groenten snijden. Bovendien zijn ongesneden groenten veel langer houdbaar.

7. Zelf maken

Zelf maken is vaak veel goedkoper dan kant-en-klaar producten. Neem bijvoorbeeld de pannenkoekenshaker. Voor € 1,50 kun je 5 pannenkoeken maken. Je moet dan nog wel zelf 400 ml (a € 0,65) melk toevoegen. Voor € 0,35 koop je een pak bloem van 1 kilo. Daar gebruik je maar een kwart van. Dan voeg je ook 400 ml melk en 2 eitjes toe. (Eieren kosten gemiddeld € 0,20 per stuk.) Daarvan kun je minstens 10 pannenkoeken bakken. Even ter vergelijking: als je de pannenkoekenmix zelf maakt kun je 10 pannenkoeken bakken voor € 1,15. Als je een shaker koopt bak je 5 pannenkoeken voor € 2,15. Dat is nogal een verschil!

8. Lelijke groenten en fruit

Ik koop mijn groenten en fruit graag op de markt of bij de Turkse supermarkt. Nederlandse supermarkten nemen vaak alleen maar genoegen met perfect gevormde en glad gepolijste producten. Die zijn een stuk duurder. Bij de Turkse winkel liggen kromme komkommers en ‘te kleine’ aubergines. Die smaken net zo lekker, maar zijn een stuk goedkoper. Bovendien is het zonde om die niet te eten. Anders worden ze namelijk weggegooid!
 

9. Niet te vaak

Doe niet te vaak boodschappen. Het is slim om vooruit te plannen en maar één keer per week boodschappen te doen. Hoe minder vaak je in de supermarkt bent, hoe minder vaak je geconfronteerd wordt met aanbiedingen en andere verleidingen. Het scheelt ook nog eens een hoop tijd.

10. Restjes zijn ingrediënten

Probeer restjes te zien als nieuwe ingrediënten. Oude boterhammen zijn een quichebodem, paneermeel of wentelteefjes op zondagochtend. Overgebleven pasta is vermicelli in de soep. Een restje risotto is een burger voor de lunch. Een teveel gekookte aardappel is een vulling voor een omelet of een verdikkingsmiddel in een pastasaus. Zo kan ik nog wel even doorgaan! Door zo te denken word je een stuk creatiever in de keuken. Leuk, toch! Bovendien hoef je nooit meer iets weg te gooien en bespaar je een hoop geld!

Lekker koken met restjes

Wat doe je op 6 december met al dat overgebleven strooigoed? Hoe maak je van aardappelschillen knapperige chips? En hoe kun je de supermarkt helpen minder te verspillen? In mijn nieuwste kookboek tegen voedselverspilling bewijs ik dat je van al je restjes nieuwe gerechten kunt maken. Met ‘Lekker koken met restjes‘ heb je nooit meer een reden om eten weg te gooien. Goed voor het milieu en goed voor je portemonnee. Bestellen? Dat kan hier:
 

Heb jij nog slimme tips om te besparen op je boodschappen? Deel ze in de comments.

Wist jij dat er één centrale plek is waar alle boeken die in Nederland te koop zijn liggen opgeslagen? Ik ook niet! In Culemborg staat het CB. Vroeger heette dat het Centraal Boekhuis. Het CB is het grootste boekendistributiecentrum van Nederland. Elke keer als jij óf de boekhandel een boek bestelt, kun je ervan uitgaan dat die in één van de gele of blauwe kratjes van het CB heeft gelegen.

Ik heb gehoord dat er meer dan 40 miljoen boeken liggen. Dat moet een soort leesparadijs zijn! Dat wil ik wel eens zien. Dus krijg ik een kijkje achter de schermen van het CB en zie ik welke reis mijn boek maakt voor die in jouw keuken belandt. Kijk je mee?
 

 
Ben je benieuwd geworden naar mijn boek? Hier zie je de boektrailer en kun je mijn boek bestellen. Extra leuk nu je weet hoe dat in z’n werk gaat.

Het lange wachten is voorbij.. Ik kan eindelijk mijn nieuwe kookboek vasthouden, doorbladeren, ruiken, lezen en steeds opnieuw bewonderen. Lekker Koken met Restjes is deze week van de drukker gekomen. En ik zeg het niet vaak, maar ik ben echt SUPERTROTS! Het is helemaal geworden wat ik had gehoopt: vrolijk, kleurrijk, overzichtelijk, handig en mooi. Lekker Koken met Restjes is een prachtige aanvulling op mijn eerste kookboek ‘Koken met Restjes is Leuk!’. En je kunt ‘m nu al bestellen. (Just saying.)
 

De eerste glimp

Ik lig ziek op bed als ik een berichtje krijg dat mijn boek van de drukker is gekomen. Snotterend bekijk ik de foto van een bruine doos met opgevouwen flappen. Daar ligt -ie. Geen digitale plaatjes van de cover, maar een bedrukt boek met een afbeelding die ik al zo vaak op mijn computerscherm heb bekeken. Ik kan het nog niet helemaal bevatten. Eerst voelen, dan geloven, denk ik en ik draai me om en val weer in slaap.

Mijn vriend Patrick is in de buurt en biedt aan om mijn boek bij de uitgeverij op te halen. Laat op de avond, als ik al in een diepe slaap ben, komt hij thuis met het enige bewijs dat Lekker Koken met Restjes echt is. Hij knipt het licht aan en maakt me wakker. Geïrriteerd vraag ik hem waar dat voor nodig is. “Ik ben ziek, weet je nog?” Hij lacht alleen maar naar me, waardoor ik me alleen maar meer ga ergeren aan hem. Maar dan haalt Patrick mijn boek tevoorschijn. Ik vergeet dat ik ziek ben en vergeef mijn lief onmiddellijk. Wauw! Wat is -ie mooi!

#Restjesrevolutie

Mijn tweede kookboek tegen voedselverspilling is een feit. Nu is het tijd voor de volgende stap: zorgen dat zoveel mogelijk mensen Lekker Koken met Restjes in hun keuken hebben staan. Let’s start a restjesrevolutie!
 

 
Vanaf 7 februari is Lekker Koken met Restjes officieel te koop en leverbaar. Jullie moeten dus nog even geduld hebben. Maar je kunt mijn boek hier wel alvast bestellen.

Op 12 februari organiseer ik een lanceerfeest voor vrienden, familie, foodbloggers en journalisten. Maar ik kan jouw hulp ook goed gebruiken. Dus share the message! Word ambassadeur en help mij om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Dan kan iedereen zien hoe makkelijk en vooral leuk het is om niets meer te verspillen. Deel dit bericht op Facebook en Twitter met #restjesrevolutie, vertel over Lekker Koken met Restjes, organiseer een No Waste Feest (handleiding staat in dit boek), deel je eten met vrienden, maak foto’s van die lekkere restjes en deel ze met #restjesrevolutie. Samen starten we een restjesrevolutie en maken we echt een verschil!
 

Mijn tweede kookboek tegen voedselverspilling is bijna klaar! De cover is bekend en de aanbiedingsfolder van de uitgeverij is gedrukt. Dat zijn weer een paar grote stappen in de goede richting. Hoog tijd voor een update.

De titel

Een titel bedenken vind ik het moeilijkste onderdeel van een boek maken. Daarom vroeg ik aan jullie, mijn volgers, om mee te denken over een nieuwe titel. Ik kreeg geweldige ideeën toegestuurd. Van De Leftovenaar tot Restjes Revolutie en Kliekjeskoningin. Soms moest ik hardop lachen om een slimme woordspeling, andere keren moest ik even nadenken voordat ik de naam begreep. Maar wat me opviel was dat de meeste ideeën vooral heel praktisch en to the point waren.

Potentiële kopers hebben maar een paar seconden nodig om te beslissen of ze een boek de moeite waard vinden om op te pakken en door te bladeren. Daarom vind ik het belangrijk dat de titel meteen duidelijk maakt waar het boek over gaat. Ik kan wel met grappige woordspelingen komen, maar als de lezer niet meteen ziet wat het boek te bieden heeft ben je de helft van je publiek al kwijt. Die titels vielen daarom helaas af. Na veel wikken en wegen heb ik gekozen voor de titel ‘Lekker Koken met Restjes’. Die titel zegt meteen wat je krijgt: een boek vol ideeën en recepten om lekker te koken met restjes.

De Leftovenaar is niet helemaal afgeschreven hoor. Ik vond ‘m zo goed gevonden dat ik er een tekening van heb gemaakt. Die komt gewoon ín het boek te staan! Met dank aan de bedenkers Suzanne en Mario.
 
Lekker Koken met Restjes

De cover

Ja, dan heb je dus een titel, maar dan moet er ook nog een cover komen. Gelukkig hoef ik dat niet zelf te maken. Daar hebben we een fantastische vormgever voor. Als mijn boek straks gedrukt is en in de boekhandel ligt, moet het concurreren met tientallen andere prachtige kookboeken. Dus moet Lekker Koken met Restjes wel opvallen. Ik vind het belangrijk dat je meteen aan de cover ziet dat mijn boek vrolijk en toegankelijk is. Koken met restjes is tenslotte heel erg leuk!

We hebben heel veel kleurcombinaties geprobeerd. Geel met blauw, groen met roze. Maar elke keer voelde het toch niet helemaal goed. Op het moment dat ik me verschrikkelijk bezwaard voelde om weer om andere kleuren te vragen wist ik het opeens; oranje! Ik hou van oranje. Mijn hele keuken is oranje. Het is zo’n vrolijke en opvallende kleur. Dat is het geworden. Heel subtiel oranje, maar wel vrolijk. Wat vind je ervan?
 
Lekker Koken met Restjes

De aanbiedingsfolder

Uitgeverijen maken drie keer per jaar een aanbiedingsfolder. Daarin laten ze zien welke boeken binnenkort verschijnen. Het is een soort informatieve uitgave om potentiële kopers alvast warm te maken. Uitgeverij Nieuw Amsterdam heeft maar liefst twee pagina’s gevuld met mijn nieuwe boek. Met foto’s, een leuke introductie en natuurlijk de cover. Nu is het aan de verkoopafdeling om ervoor te zorgen dat alle boekhandels straks een paar exemplaren in de winkel hebben liggen.
 
Lekker Koken met Restjes
 
Om de verkopers van Nieuw Amsterdam lekker enthousiast te maken, gaf ik een presentatie. Liefde gaat door de maag, dus maakte ik een heerlijke strooigoedtaart van pepernoten en oud brood. Die heb ik uitgedeeld tijdens mijn praatje. Het recept vind je binnenkort in mijn boek!

En nu?

Nu zijn we bezig met de laatste loodjes. Vormgever Petra heeft al een stevige opzet gemaakt en die ziet er geweldig uit! Ik ben druk met het maken van grappige tekeningetjes die het boek nog vrolijker maken. Maar ook met het aanvullen van teksten waar nog te veel lege ruimte is en het verzamelen van foto’s. Om mijn verhalen te illusteren. Ik ben dus nog niet klaar, maar het eind is zeker in zicht!

Wanneer je het boek kunt verwachten? Begin volgend jaar moet het boek naar de drukker. In februari ligt het in de boekhandel. Ik houd je op de hoogte via mijn blog!

Meer weten over hoe een kookboek in zijn werk gaat? Eerder schreef ik deze blogs:
Een kookboek maken doe je zo
Een kookboek maken doe je zo (deel 2)

Op persreis door Portugal word ik begeleid door Joao. Sommigen noemen hem een wandelende encyclopedie. En dat is niet zo gek. Joao heeft altijd wel een bijzonder, historisch verhaal te vertellen. Door onze gedeelde liefde voor eten gaan onze gesprekken tijdens de rondreis door de Algarve vaak over de herkomst van voedsel. En zo leer ik een paar opmerkelijke feiten over de oorsprong van ons eten die ik graag met je deel. Deze 5 weetjes zijn zo leuk dat ik zeker weet dat je ze bij het volgende etentje met je vrienden deelt.

1. Spaanse appels uit China

Door de appeltjes van oranje uit het bekende Sinterklaasliedje dacht ik altijd dat sinaasappels oorspronkelijk uit Spanje komen. Dat is ook helemaal niet zo onwaarschijnlijk; door het zonnige klimaat in Spanje groeien de oranje vruchten daar uitstekend. Maar de allereerste sinaasappels zijn uit China naar Europa gehaald. Het zit verborgen in de naam: appels uit Sina. Zo noemden we China in de achttiende eeuw.

De Portugezen waren de eersten die de sinaasappels uit China importeerden. In veel Europese landen zijn de sinaasappels dan ook naar Portugal vernoemd: ‘portokal’ is Turks voor sinaasappel en in Roemenië hebben ze het over ‘portocal’.

2. Turkse kalkoen uit Amerika

Bijna veertig miljoen kalkoenen worden er elk jaar tijdens Thanksgiving in Amerika gegeten. Het is traditie dat de president er eentje kiest die gespaard blijft. Maar dat is niet wat de kalkoen zo bijzonder maakt. Het gaat om de naam van het dier. Want ook al komt de grote vogel oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Amerika, toch noemen ze ‘m daar ‘Turkey’, naar Turkije. Het ontstaan van de vele namen van deze vogel is een geografische warboel.
 
turkey
 
De Engelsen zijn ermee begonnen. Zij importeerden Afrikaanse parelhoen via Turkije en noemden die daarom ‘Turkey coq’. Maar toen de Britten vijf eeuwen geleden de ‘Nieuwe Wereld’ (Amerika) ontdekten verwarden zij de lokale vogel met de Afrikaanse parelhoen. Dus noemden zij de vogel van een heel andere soort ook Turkey.

Intussen zaten de Portugese handelaren niet stil. Zij haalden de kalkoen uit Zuid-Amerika naar Europa en noemden het dier ‘Peru’. De Engelsen introduceerden het dier voor het eerst in India. Toen de Fransen de vogel daarvandaan meenamen noemden ze het een ‘poulet d’Inde’; de Indiase kip. De Turken wisten toen allang dat het dier niet uit hun land kwam, maar waar het wel oorspronkelijk vandaan kwam wisten zij inmiddels ook niet meer. Het moest wel India zijn. Dus noemen de Turken het dier ‘hindi’. De Nederlanders waren in die tijd een stuk specifieker met de naam Calicut-hoen; een hoen uit de Indiase handelsstad Calicut. Later werd dat kalkoen. Het wordt nog veel ingewikkelder naarmate de Europese landen verder koloniseren. In Maleisië is het een ‘Dutch chicken’, in Cambodja een ‘Franse kip’.
Kortom, er was nogal wat verwarring over de komaf van de kalkoen. De enige naam die het dier nergens ter wereld heeft is een verwijzing naar het echte thuisland Amerika.

3. Hollandse wijn uit Afrika

De eerste Zuid-Afrikaanse wijnen werden gemaakt door Nederlanders. En dat deden ze niet omdat een wijntje op z’n tijd zo lekker is.

In de zeventiende eeuw zette VOC koopman en arts Jan van Riebeeck voet op het meest zuidelijke puntje van Afrika. De baai in het zuiden van het continent vond hij een geschikte plek voor de Hollandse VOC schepen om aan te leggen en hun voorraden aan te vullen voor de lange reis naar het verre oosten. Van Riebeeck dacht dat wijn een goed medicijn zou zijn tegen scheurbuik. Bovendien was de drank door de alcohol lang houdbaar aan boord. Hij liet volop wijngaarden aanleggen en de Zuid-Afrikaanse wijnproductie was een feit. De wijn in die tijd was niet te drinken. Pas toen de Hollandse gouverneur Simon van der Stel liet zien dat de wijn ook smaakvol kon zijn kwam de internationale wijnproductie op gang. De bekende wijnregio Stellenbosch is naar hem vernoemd.
 
wijn

4. Duitse burgers uit Amerika

Soms zijn er van die feitjes die ontzettend voor de hand liggend zijn. Bijvoorbeeld dat de Amerikaanse hamburger uit het Duitse Hamburg komt. Duh. De Duitse stad werd in de negentiende eeuw bekend vanwege de hoge kwaliteit van het rundvlees. De Duitsers sneden het vlees fijn, deden er wat kruiden bij en kneedden het tot kleine, smaakvolle pasteitjes. Tientallen jaren later emigreerden de eerste Duitsers naar de Verenigde Staten op zoek naar de American Dream. En zoals de Chinezen in Europa deden, openden de Duitsers overal restaurants waar ze hun gemalen steak verkochten.
 
burger
 
Jaren later industrialiseerde Amerika in sneltreinvaart. Fabrieken draaiden overuren en arbeiders kregen amper tijd om te eten. Het was een kwestie van tijd voor de eerste eetkraampjes snelle maaltijden bij de fabrieken verkochten. En het populaire Duitse vleesgerecht stond natuurlijk ook op de kaart. Alleen bleek het heel lastig om het vlees staand uit het vuistje te eten. Met twee stukken brood aan weerszijden was dat probleem ook weer opgelost.

5. Franse frietjes uit België

Na de vorige feiten kun je wel raden dat Franse frietjes niet bedacht zijn in Frankrijk. Het zijn onze zuiderburen die als eersten gesneden aardappels frituurden. Het verhaal gaat dat de Belgen in het Frans-sprekende gedeelte, langs de rivier de Maas, graag gefrituurde visjes aten. Maar als het flink had gevroren en de rivier bedekt was met een dikke laag ijs was er geen vis om te frituren. De Belgen sneden hun laatste aardappelen in dunne reepjes en bakten ze alsof het hun geliefde visjes waren.

De Amerikaanse soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog de gefrituurde aardappels ontdekten noemde ze French fries, omdat de frietjes uit het Franstalige gedeelte van België komen.
 
friet

Zoals jullie inmiddels wel weten ben ik deze zomer druk geweest met het schrijven van mijn tweede kookboek tegen voedselverspilling. En vandaag, 15 september, is de deadline. En dat is best een bijzondere dag. Precies een jaar geleden publiceerde ik namelijk mijn blog All Day Every Daisy. Een perfecte dag dus om aan nieuwe dingen te beginnen!

Eerder schreef ik al een blog over hoe een kookboek maken in zijn werk gaat. Ik heb toen beloofd jullie op de hoogte te houden. Bij deze.

Het manuscript is ingeleverd

De deadline is bereikt; het manuscript is ingeleverd. Tien hoofdstukken, 54 recepten en een paar honderd tips om voedselverspilling te voorkomen. Na het tikken van de laatste letters heb ik het hele manuscript nog één keer doorgelezen. Ik heb er nog een paar schoonheidsfoutjes uitgepikt, maar eerlijk gezegd is het moeilijk om echt kritisch te kijken naar een tekst die je al tien keer gelezen hebt.

Ik heb de tien hoofdstukken naar uitgever Willemijn gestuurd. Nu is het haar beurt om alles kritisch te bekijken. Zij heeft al zoveel kookboeken gemaakt, dus dat vind ik best spannend. Daarna stuurt zij alles terug met de correcties.

Vormgeving en cover

Intussen is vormgever Petra hard aan het werk met de vormgeving. Zij heeft vandaag een eerste opzet voor de cover van het boek opgestuurd. Die moet al snel klaar zijn omdat mijn boek dit najaar al meegenomen wordt in de aanbiedingsfolder van de uitgeverij. Met die folder gaat de uitgeverij langs de boekhandels om te laten zien wat er volgend jaar allemaal voor mooie boeken te koop zijn. Mijn boek ligt pas in januari in de winkel, maar we moeten er natuurlijk al voor zorgen dat iedereen hem straks wil hebben.
 
startup-photos
 
Als het manuscript helemaal is goedgekeurd gaat alles door naar Petra. Zij gaat dan als een malle aan de slag met de vormgeving van het boek. Teksten, titels, foto’s en friebeltjes; alles krijgt dan langzaam een plekje in het boek. In dat proces kan het blijken dat ik ergens te veel of te weinig heb geschreven. Om het boek er mooi uit te laten zien zal Petra mij dan vragen om de teksten aan te passen zodat ze beter passen in de vormgeving.

En nu?

Als je dacht dat ik nu lekker achterover kan leunen omdat het manuscript is ingeleverd, dan heb je het mis. Er moeten nog zeker acht foto’s gemaakt worden. Over twee weken hebben we een dag ingepland om dat te gaan doen. Dus stiekem mag ik nu wel even niks doen en genieten.

Hopelijk kan ik binnenkort de cover en de titel aan jullie bekendmaken. Net als ik moeten jullie nog even geduld hebben.

Terwijl honger nog steeds één van de grootste problemen is in de wereld gooien wij Nederlanders gemiddeld vijftig kilo goed eten per persoon per jaar weg. Dat is omgerekend 330 bananen of 120 pakken rijst! Ik vind het maar raar. Zeker omdat er zoveel manieren zijn om die verspilling tegen te gaan. Bijvoorbeeld mijn boek met meer dan 500 tips om verspilling te voorkomen. Maar ook deze 5 handige apps tegen voedselverspilling. Die maken het je wel heel makkelijk om minder eten weg te gooien. En het scheelt ook nog eens een hoop geld! Ga jij ze gebruiken?

1. ResQ

Met de nieuwe ResQ-app (spreek uit: reskjoew) kun je vanaf nu restjes afhalen bij restaurants bij jou in de buurt. In de app bieden ondernemers vlak voor sluitingstijd maaltijden aan die verspild dreigen te worden. Denk aan pizza’s en pasta’s van lunchrooms voor de helft van de prijs. Of koekjes en verse sappen van koffietentjes met een flinke korting. Je kunt op de kaart zoeken naar restaurants die eten aanbieden of je kiest ervoor om een melding te krijgen zodra er gerechten worden aangeboden. Meestal is dat na lunchtijd of rond etenstijd.

In Amsterdam hebben zich al tientallen restaurants aangemeld voor de app. Utrecht en Den Haag volgen in september. Ik kan niet wachten!

2. Restoranto

Dit is ook een app waarmee restaurants gerechten tegen korting kunnen aanbieden. Het grote verschil met de ResQ-app is dat de Restoranto-app nu nog alleen in Rotterdam en Delft werkt én dat je er ook voor kunt kiezen om overtollige gerechten tegen korting in het restaurant op te eten. Afhalen kan trouwens ook. In de app vindt je van alles: hamburgers, spareribs en kleine hapjes. Leuk om te weten: als jij een maaltijd bestelt via de app doneert Restoranto een deel van de aanschafprijs aan een voedselproject in Oeganda.
 
food-pizza-restaurant-eating-large

3. NoFoodWasted

Je kent vast de 35% stickers van de Albert Heijn wel. Veel supermarkten verkopen producten die tegen de houdbaarheidsdatum aanzitten met flinke kortingen. Fijn, want dan betaal jij minder en hoeft de vakkenvuller de producten niet weg te gooien. Er is alleen één probleem met die aanbiedingen: je weet van te voren nooit wat je in huis haalt. En daar biedt de NoFoodWasted-app een oplossing! Met de app kun je thuis al zien welke last-minute aanbiedingen er in jouw supermarkt zijn. Dan kun je daar bij het maken van je boodschappenlijstje alvast rekening mee houden. Handig!

4. Thuisafgehaald

Te veel eten in huis of simpelweg te veel gekookt? Met de app van Thuisafgehaald kun je gemakkelijk maaltijden met je buurtgenoten delen. Zo geniet je van elkaars kookkunsten, verdien je je boodschappen terug én wordt er niks verspild. Hoe het werkt? Heel simpel. Je geeft in de app aan wat voor maaltijd je aanbiedt, hoe laat de afhalers het eten kunnen ophalen, hoeveel porties je hebt en wat het eten kost. Als buurtgenoten geïnteresseerd zijn in jouw eten krijg je een melding via de app. Vervolgens keur je die goed en staat de afhaler op het afgesproken tijdstip met een bakje op de stoep. Na afloop ontvang je ook nog een persoonlijk bedankje op jouw profiel. Andersom kun je natuurlijk ook maaltijden afhalen bij je buren. Super leuk!
 

Minder verspillen - All Day Every Daisy

Afbeelding: Thuisafgehaald

5. Slim Koken-app

Bij het Voedingscentrum werken ze ook hard aan het tegengaan van voedselverspilling. Wat dacht je van de campagne Hoezo50kilo die ik een paar jaar geleden met het Voedingscentrum deed? Via hun platform deelde ik tips en video’s om te laten zien hoe makkelijk en leuk minder verspillen is. Dat is niet alles. Het Voedingscentrum heeft ook een app die je helpt om minder voedsel te verspillen: de Slim Koken-app. De app biedt koop-, kook- en bewaartips en recepten op maat. Zo zie je bijvoorbeeld hoe je aardbeien het langst kan bewaren en hoeveel pasta je nodig hebt voor één volwassene. Zo kook je nooit teveel.

Weet jij nog een handige app die echt in dit rijtje thuishoort? Laat het me weten in de comments. De lijst kan nooit te lang zijn!
 
Nog meer slimme tips en leuke recepten? Koop mijn nieuwste kookboek tegen voedselverspilling: ‘Lekker Koken met Restjes’. Met broodsoep en 53 andere verrassende recepten om van restjes nieuwe gerechten te maken.

Ik krijg regelmatig de vraag van mensen hoe je dat nou doet, een kookboek maken. Inmiddels ben ik al flink op weg met mijn tweede boek en dus weet ik er inmiddels het één en ander van. Nu het boek echt vorm begint te krijgen vind ik het leuk om jullie te vertellen hoe het ervoor staat. Daarom vandaag een blog over het maken van mijn kookboeken tegen voedselverspilling.

Zo is het allemaal begonnen

Mijn eerste kookboek tegen voedselverspilling heb ik niet helemaal volgens de regels gemaakt. Ik had een duidelijk beeld in mijn hoofd van hoe mijn boek eruit moest komen te zien en ik was gewaarschuwd dat uitgeverijen nog wel eens de neiging hebben om daar flink aan te sleutelen. Aangezien ik nogal eigenwijs kan zijn besloot ik dat mij dat niet ging gebeuren. Ik geef mijn boek zelf wel uit!

Zo gezegd zo gedaan. Ik ging flink aan de slag met het bedenken en verzamelen van recepten en inspiratie om een boek te kunnen vullen. Wat begon als een foldertje van maximaal vijftig pagina’s liep al snel uit op een echt boek van 144 pagina’s. Tjonge, wat een werk! De hele zomer van 2014 zat ik gekluisterd aan mijn laptop. Schrijven, koken, fotograferen; ik deed alles zelf! Gelukkig had ik een vriendin aan boord die de vormgeving wilde doen.

Samen met de groene ondernemers van hetkanWel startte ik intussen ook nog eens crowdfunding om het boek zelf te kunnen drukken en te financieren. Ik trok de stoute schoenen aan en vroeg Albert Heijn mijn boek op te nemen in hun assortiment. Dat lukte! Ik kreeg er zelfs een column in de Allerhande bij. Met een paar grote sponsors, ambassadeurs en heel veel lieve vrienden en familie aan boord is het gelukt om duizend exemplaren te verkopen voor de laatste pagina geschreven was. Wat een knaller van een begin.
 
10888791_10205734915121474_7090285272428317778_n-2

Een boek uitgeven gaat niet vanzelf

Als ik duizend boeken kan verkopen zonder dat het af is, dan moet ik er toch zeker meer kunnen verkopen als het boek eenmaal gedrukt is. Koken met Restjes is Leuk moest in alle boekhandels terechtkomen. En toen begon het gedoe. Om je boek op grote schaal te verspreiden moet je geregistreerd zijn bij het Centraal Boekhuis en dat kost veel geld. Het CB is een soort mega magazijn waar alle boeken liggen opgeslagen die in Nederland worden uitgegeven. Als een boekhandelaar een boek nodig heeft bestelt hij die heel gemakkelijk bij het CB. Dat zorgt dan weer voor de distributie en zo zijn alle boeken altijd overal beschikbaar.

Zonder die registratie zou ik zelf op mijn fietsje door het hele land moeten scheuren om mijn boek te promoten en uit te delen. Dat kan niet. Bovendien wilde de Albert Heijn tweeduizend boeken afnemen, maar moest ik zelf het risico dragen als de boeken niet verkocht werden. In dat geval zou mij dat duizenden euro’s kosten. De oplossing voor dit soort problemen? Een uitgeverij. Na een paar vrolijke gesprekken met Uitgeverij Loopvis was het dan eindelijk zover: mijn boek werd zonder aanpassingen opgenomen in het assortiment. Met het geld van de crowdfunding drukte ik de eerste duizend exemplaren van Koken met Restjes zelf. De uitgeverij drukte er nog een drieduizend bij. Nog voor mijn boek goed en wel in de boekhandel lag verscheen de tweede druk. Te gek!

Tijd voor deel twee

Ik had nog zoveel inspiratie en leuke ideeën om voedselverspilling tegen te gaan dat een tweede boek onvermijdelijk was. Maar dit keer doe ik het anders. Heel anders. Ik ben begonnen met het belangrijkste: een uitgeverij zoeken. Na een paar leuke gesprekken met kookboekenuitgever Willemijn van Uitgeverij Nieuw Amsterdam tekende ik het contract en kon ik beginnen met mijn tweede boek. Tot mijn grote opluchting blijkt dat ik gewoon zelf mag bepalen hoe mijn boek eruit komt te zien en wat ik er in zet. Het grote verschil met de vorige keer? Nu krijg ik begeleiding en advies. Er staat steeds iemand voor me klaar om mijn vragen te beantwoorden en mee te denken als ik ergens tegenaan loop. Daar kan mijn boek alleen maar beter van worden!

Stap 1: een moodboard

Ik ben begonnen met het maken van een moodboard en een globale hoofdstukindeling. In het moodboard heb ik plaatjes verzameld van boeken en pagina’s die ik mooi of inspirerend vind. Op die manier kan ik een beeld vormen van hoe ik wil dat mijn boek eruit komt te zien. Vrolijk, open, kleurrijk en toegankelijk, zijn woorden die mijn nieuwe boek beschrijven. Ik wil meer nadruk leggen op mooie foto’s en leuke anekdotes. In zijn geheel moet het er volwassener uitzien. Net als bij deel één wil ik dat mensen blij worden van mijn boek. Koken met restjes is tenslotte super leuk!
 
moodboard

Stap 2: de plank

Nadat ik een duidelijk beeld heb geformuleerd met het moodboard is het tijd om het boek in te vullen. Nog niet woord voor woord, maar met een zogenaamde plank. Dat is een overzicht van alle hoofdstukken, waar pagina per pagina staat beschreven wat er te zien en te lezen is. Voor Koken met Restjes had ik toevallig zelf een vergelijkbaar overzicht gemaakt. Nu weet ik ook hoe het heet.

Stap 3: een vormgever vinden

Leuk dat ik heb bedacht hoe het boek eruit moet zien, maar iemand moet het gaan maken. Het is dus tijd om een vormgever te vinden die mijn gedachte om weet te zetten in beeld. Dan blijkt een uitgeverij ineens weer heel handig te zijn. Willemijn kent zoveel vormgevers en weet precies wie ze moet vragen voor mijn boek. We hebben een heel inspirerend gesprek gehad met de vormgever en ze heeft haar eerste opzet al opgestuurd. Ik hou je nog even in spanning, maar kan je wel vertellen: dat ziet er veelbelovend uit!

Stap 4: invent, produce, write, repeat

Bedenken, maken, schrijven en weer opnieuw beginnen. Dit is de productiefase en die kost het meeste tijd. Gelukkig barst ik van de ideeën en is het in eerste instantie vooral een kwestie van alles opschrijven en proberen. Inmiddels heb ik ruim de helft van de inhoud opgeschreven, dus vond ik het tijd om de eerste foto’s te maken. Die maak ik trouwens ook zelf!

Stap 5: ken je kwaliteiten

Ik ben creatief. Ik kan mooie foto’s maken. Ik kan goed koken met restjes. Ik kan schrijven. Allemaal handige kwaliteiten bij het maken van mijn boek. Maar als ik iets niet kan dan is het wel stylen. En laat ik nou net een hele goeie vriendin hebben die waanzinnig goed is in stylen!

Mijn dierbare vrienden Gerben en Carlijn komen mij helpen bij het testen van de recepten en het maken van de eerste foto’s. En ja, ook bij het opeten van al het lekkers. Bij het maken van mijn boek wordt immers geen voedsel verspild!
 
Carlijn stylist KLEIN

Gerben koken KLEIN
 
Keukenkoning Gerben heeft tien uur in de keuken gestaan en mij geholpen met het bereiden van twaalf recepten. Carlijn stond in de kamer ernaast in mijn geïmproviseerde studio en bedacht bij elk gerecht de mooiste sets, zodat ik het eten op de gevoelige plaat kon vastleggen. Wat een geweldige dag en wat een prachtige resultaten. Ook nu weer moet ik je vragen om nog even geduld te hebben. Maar echt, geloof me als ik zeg dat de foto’s mooier zijn dan ik had durven hopen.

What’s next?

Ik ben goed op weg, maar ik ben er nog lang niet. Ik moet nog zeker eenderde van mijn boek uitschrijven en nog minstens twee keer zoveel foto’s maken. Dan moet alles nog in een vrolijk jasje worden gegoten door de vormgever, en moet er vast en zeker van alles worden gecorrigeerd. Dan wordt het tijd voor proefdrukken, nog meer correcties en uiteindelijk de drukker. Intussen zal ik aan publiciteit moeten werken en natuurlijk een lanceerfeestje moeten organiseren. Oh enneh… niet geheeld onbelangrijk.. ik moet een titel bedenken!

Heb jij een leuk idee voor de titel van mijn nieuwe kookboek tegen voedselverspilling? Laat het me weten in de comments. Misschien zie je jouw idee straks wel terug op de cover van mijn boek!