Follow Me

Close
By

Vroeger zag je ze overal langs de weg: jongeren met een grote tas en een kartonnen bordje met een bestemming erop. Tegenwoordig is liften allang niet zo gewoon meer. In de zomer staat een enkeling met een duim omhoog bij een oprit. Maar echt populair is deze manier van reizen allang niet meer. Dat weerhoudt ons er niet van om onze wereldreis liftend door Europa te starten.

We vonden het liften zo leuk, dat we iedereen willen aanmoedigen het ook eens te proberen. Om je op weg te helpen deel ik daarom 10 tips om veilig en leuk door Europa te liften. Hier lees je de verhalen van de mensen die wij onderweg ontmoetten.

1. Smile!

Train je kaakspieren en oefen je mooiste lach! Een glimlach schept vertrouwen en laat zien dat je geen kwaad in de zin hebt. Bovendien is het veel leuker om een vrolijke lifter mee te nemen, dan een chagrijnige reiziger.

2. Bordje met bestemming

Neem een paar stukken karton en een dikke stift mee en schrijf op waar je naartoe wil. Het helpt als bestuurders van een afstand al kunnen zien in welke richting je hoopt te gaan. Zo stopten er meerdere auto’s voor ons, omdat ze dachten ‘ach, we moeten toch die kant op’. Onze ervaring is ook dat er – ondanks ons bordje – nog steeds behulpzame mensen stopten die totaal de andere kant op moesten. Dat kun je beter hebben dan dat er helemaal niemand stopt.
 
Liften in Europa

3. Langs de snelweg

De beste plek om een lift te krijgen is bij een benzinestation langs de snelweg. Het is natuurlijk wel zo slim om langs een baan te gaan staan die de juiste kant op gaat. Langs de snelweg heb je een grote kans dat mensen een langere weg afleggen en jouw bestemming bereiken.

4. Praatje maken

Ga actief op zoek naar een lift. Wij merkten dat mensen ons sneller meenamen wanneer we uit onszelf een praatje gingen maken, dan wanneer we passief met onze duim omhoog langs de weg bleven staan. De parkeerplaats bij een benzinestation is daar een perfecte plek voor. Bovendien kunnen mensen meteen aanvoelen dat het wel goed zit en nemen ze je sneller mee.

5. Vermijd de stad

De lastigste plek om te staan is in de binnenstad. Het verkeer daar rijdt meestal maar korte stukjes en alle kanten uit. De kans dat je iemand treft die naar jouw bestemming gaat én jou mee wil nemen, is heel klein. Voorkom ook dat een bestuurder jou afzet in een stad, als je nog door wilt reizen. Je kunt dan beter bij het laatste benzinestation vóór een stad uitstappen.

6. Luister naar je gevoel

Krijg je een lift aangeboden, maar voelt het eigenlijk niet goed. Niet doen! Er komt wel weer een nieuw aanbod. Als je gevoel niet goed is, wordt het een heel gespannen rit. Dat is voor niemand leuk.

7. Wees flexibel

Liften met een strak reisschema is niet slim. Je weet nooit hoeveel auto’s stoppen en hoeveel kilometers je in een dag aflegt. Het is dus moeilijk om van te voren in te schatten hoe laat, of zelfs op welke dag je ergens aankomt. Wees ook flexibel wat betreft de tussenbestemming. Er gaan meerdere wegen naar Rome en als iemand wel de goede kant op gaat, maar via een andere stad dan je in gedachten had, gooi je toch gewoon je route om.
 
Liften in Europa

8. Met z’n tweeën

Het is altijd verstandiger om met z’n tweeën te liften. Je kunt overleggen en elkaar helpen als dat nodig is. Het helpt als één van de twee, of beide lifters vrouwen zijn. We kregen meer dan eens te horen dat bestuurders ons wel vertrouwden omdat er een vrouw bij was. Twee mannen zouden ze niet zo snel meenemen.

9. Niet tegelijk uitstappen

Als je bagage in de achterbak ligt, is het verstandig om niet tegelijk uit te stappen. De bestuurder kan er dan zomaar met jouw spullen vandoor gaan. Als één van de twee vast uitstapt om de spullen te pakken en de ander blijft zitten, is dat ineens een stuk lastiger. Wij hadden zulke vriendelijke bestuurders, dat we geen moment twijfelden of ze iets kwaads in de zin hadden. Over dit punt maakten we ons dus geen moment zorgen. Maar, better safe than sorry.

10. Hitchwiki

Liften door Europa is wel heel makkelijk geworden nu je in de hele EU op het internet kan. Zo zagen wij steeds op Google Maps welke kant we op moesten en waar de benzinestations waren. Maar we konden ook gebruik maken van de website Hitchwiki. Lifters reviewen liftplaatsen, zodat je van te voren kunt inschatten of je op een goede plek staat of niet. Over het algemeen bleken de reviews te kloppen.

Tip voor bestuurders

Neem eens een lifter mee! Het is reuze gezellig en je helpt de reiziger enorm op weg. Ik hoor wel eens mensen zeggen dat ze liever geen lifters meenemen, omdat ze bang zijn. Maar als je erover nadenkt is dat nergens voor nodig. Het is wel erg veel moeite voor een slechterik om helemaal langs de snelweg te gaan staan, met een backpack en een bordje in de hoop dat iemand hem of haar meeneemt. Inbreken of overvallen is veel lucratiever. Als je toch twijfelt kun je altijd even stoppen en vragen waar de lifter naartoe gaat. Als je het na het antwoord toch niet vertrouwd kun je altijd nog zeggen dat je helaas de andere kant op moet.

Heb jij wel eens een lifter meegenomen?

By

We beginnen onze wereldreis op avontuurlijke wijze: met de duim omhoog en een kartonnen bordje met de bestemming erop liften wij ons een weg richting Italië. Mijn ouders zetten ons af op een parkeerplaats bij Bunnik.

We verwachten dat we wel een lift gaan krijgen en gaan er vanuit dat het veilig is. Maar je weet natuurlijk nooit door wie je wordt meegenomen. Wat als het 2 uur lang ongemakkelijk stil blijft? Of de bestuurder blijkt een rotzak? We vertrouwen ons instinct en stappen in meer dan 10 auto’s op weg van Nederland naar Italië. Dit zijn de leukste verhalen van onze lift door Europa.

Snelheidsduivel Lucas

We staan nog geen minuut op de parkeerplaats bij Keulen als Lucas op ons af komt lopen. ‘Willen jullie met mij mee?’, vraagt hij. We zijn verbaasd over de snelheid waarmee we worden opgepikt. Maar als we eenmaal in zijn gepimpte BMW op de snelweg zitten wordt duidelijk waarom: Lucas is een snelheidsduivel. Lucas komt uit een klein plaatsje in de buurt van Darmstadt. Hij doet een traineeship in Düsseldorf en heeft net z’n eerste volle week erop zitten. ‘Ik kon wel wat gezelschap gebruiken’, zegt hij lachend. Hij vertelt over zijn kleine appartement in Dusseldorf en over de beperkte vergoeding die hij krijgt voor zijn werk. Intussen trapt Lucas flink door op de Duitse autobahn. Lucas is nog maar een week van huis en mist zijn ouders en vrienden nu al. De teller stijgt richting de 200 kilometer per uur. Patrick houdt zich stevig vast. Het is eigenlijk te duur om zo hard te rijden, maar voor ons slooft hij zich graag even uit. Op weg naar zijn ouderlijk huis maakt Lucas graag een ommetje en zet ons pal voor de deur van ons hotel af.
 

Angel en zijn moeder

We staan al zeker een half uur te wachten op een ongure parkeerplaats langs de snelweg tussen Frankfurt en Stuttgart. De enkele gezinsauto die stopt zit tot het dak vol met kinderen en vakantiespullen. Ik geef de moed bijna op als er een vaal, rode Volkswagenbusje de parkeerplaats op bromt. Een Nederlands kenteken! Patrick vraagt door het open gerolde raampje of we misschien mee mogen rijden. Nog voor de bestuurder kan antwoorden, roept de 5-jarige bijrijder volmondig “ja!”. Angel is op vakantie met zijn moeder en ze hebben ruimte genoeg in hun bus. “Maar ik moet wel eerst even mijn onderbroek goed doen, want die plakt zo.” Angel is blij met zijn nieuwe reisgezelschap. Zodra we de snelweg op draaien krijgen we een snelwegbingo in onze handen gedrukt. “Wie het eerste alles ziet, wint.” Angel begint driftig te strepen. “Een caravan! Een vogel! Een P-bordje!” Dat kunnen wij nooit winnen.

Met gestrekte benen zitten we comfortabel op de bedbank van de Westfalia camper. Langs het raam wappert nat wasgoed. De keukenkastjes hangen scheef. Het oude busje heeft moeite met het extra gewicht. Op iedere heuvel begint de motor te brullen. Ik kijk Patrick aan: “Ik wil later ook zo’n busje.”
 

Tegenpolen Claudia en Daniel

Claudia is lerares en Daniel werkt in de IT. Zij reist graag, hij niet. Claudia heeft haar felgekleurde harembroek uit Thailand nog aan. Het was haar idee om ons vanaf Stuttgart mee te nemen richting Oostenrijk. Vol interesse luistert Claudia naar onze jaloersmakende plannen. “Ik wou dat ik Daniel zo ver kon krijgen om ook op reis te gaan.” Daniel vindt dat reizen maar te duur. Hij geeft zijn geld liever uit aan een andere hobby. Zijn Toyota MR2 Turbo uit 1994 waar hij al 3 jaar lang aan sleutelt en waar hij gedetailleerd en vol passie over vertelt. Claudia besteedt al haar vakantiedagen aan verre reizen, terwijl Daniel zeldzame auto-onderdelen uit diezelfde verre landen laat invliegen. Claudia hoopt dat er een dag komt dat Daniel met haar mee gaat. Als het aan Daniel ligt maken ze dan een rondreis in zijn blinkende Toyota. “Als ik ‘m ooit weer aan de praat krijg!”
 

De jager en z’n beste vriend

‘Hallo!’, roepen twee mannen, heftig zwaaiend van een afstandje. Ze willen ons wel naar Innsbruck brengen. We gooien de tassen achterin de bestelbus die vol ligt met kampeerspullen en vreemde, zwarte tassen. We wisselen een snelle blik uit. Voelt dit goed? We geven de mannen het voordeel van de twijfel.

Hanno en Bastian komen uit een slaapstadje in het zuiden van Duitsland. “Er gebeurt nooit iets, iedereen kent elkaar en ze weten alles van je.” Bastian trekt een halve liter bier open. Bestuurder Hanno zet een fles cola aan zijn mond. Uit de speakers klinkt een weemoedig schlagerlied.

Al vijfentwintig jaar lang trekken de vrienden er één keer per jaar op uit om te gaan wandelen in de bergen van Oostenrijk. Wat een geluk dat wij ze nu treffen. Bastian is fervent jager. “Het zorgt voor een beetje actie in het saaie dorpse leven. Als jullie naar India gaan mag je mijn AK-47 wel lenen.” Zegt hij lachend. We kijken elkaar aan. Heeft hij wapens in de achterbak liggen? Dan vertelt hij over de rest van zijn leven. Hij is architect en geniet enorm van de natuur. Hij heeft in Innsbruck gestudeerd. Als we de stad inrijden voelt het voor hem als thuiskomen. Hij zegt dat we toch zeker een paar dagen in Innsbruck moeten blijven. Maar wij houden vast aan ons plan. Zonder klagen zet hij ons af aan de rand van de stad. “Hier komen veel Italianen langs”, verzekert hij ons.
 

Fabian en zijn familia

Bij liften gaat het om twee dingen: geduld en doorzettingsvermogen. We worden rond zeven uur ’s avonds in Innsbruck afgezet. We zijn heel dicht bij onze eindbestemming Trento. Het is doorgaan of stoppen. Dan begint het ook nog te regenen. Ik zoek alvast naar een hotel in de buurt. Patrick steekt onvermoeid zijn duim op naar elke auto die passeert. Als ook hij de handdoek in de ring gooit rijdt er een witte, Italiaanse gezinsauto de parkeerplaats op. Er wordt uitbundig gezwaaid. Is dat voor ons? De 24-jarige Fabian stapt uit en zegt dat hij vlakbij Trento moet zijn. “Er is nog wel plaats achterin.”

Patrick neemt plaats naast de broer van Fabian en zijn vriendin. Moeders zit achter het stuur. In de achterbak wordt een stoeltje omhoog geklapt, net genoeg voor mijn korte benen. De Italiaanse Fabian spreekt vloeiend Duits. Net als zijn moeder en broer. Ze komen uit het autonome Süd-Tirol in het noorden van Italië. Een Oostenrijkse regio die na de Eerste Wereldoorlog Italiaans werd. De regio is verdeeld. Tot op de dag van vandaag zijn er protesten van inwoners die terug zouden willen naar Oostenrijk. Zijn Oostenrijkse moeder verloor al het contact met haar familie doordat zij trouwde met een Italiaan. Fabian ziet dat anders. Volgens hem is Süd-Tirol het beste van twee werelden. “De rijkdom en stabiliteit van Oostenrijk en de mediterrane levensstijl van Italië.”